Onderzoeker levensverhalen

Sinds 2021 heb ik meer dan 50 oorlogsverhalen van personen uitgezocht en uitgeschreven. Vaak begint het met informatie van familieleden van de betreffende persoon. Denk aan foto’s, brieven, herinneringen en meer. Daarna volgt mijn onderzoek in archieven en op historische locaties. Hieronder als voorbeeld enkele gedeeltes uit deze verhalen. De volledige versies, persoonsgegevens en archiefdocumenten zijn beschikbaar voor de familieleden.

Franz gesneuveld in Italië

Franz is Duitser en wordt in 1920 geboren. Hij groeit op tot jongvolwassene en wordt van beroep schoorsteenveger. Maar er geldt de militaire dienstplicht en daarom moet hij bij de Duitse landmacht. Hij begint als Schütze (soldaat) en klimt op tot Obergefreiter (korporaal). Franz wordt in 1943 gestationeerd in de regio Calabrië in Zuid-Italië. In september vindt daar een geallieerde amfibische invasie plaats. Engelse en Canadese soldaten veroveren vanaf het strand steeds meer terrein landinwaarts. Een week na de invasie raakt Franz ernstig gewond aan zijn rechterschouder. Dit tijdens een aanval van een laagvliegend vliegtuig, dat met zijn boordwapens schiet. Franz wordt vervoerd naar het hospitaal, maar overlijdt onderweg in de wagen (23 jaar oud). Nog dezelfde dag wordt hij met militaire eer begraven bij Lago Sirino, naast andere Duitse militaire gesneuvelden. De volgende dag schrijft de arts een brief naar Franz’ moeder Frieda. Hij condoleert haar met het verlies en vertelt dat Franz’ zijn persoonlijke bezittingen worden nagestuurd. In augustus 1944 ontvangt Frieda officieel bericht van de burgerlijke stand en de overlijdensakte. In 1959/1960 wordt Franz herbegraven op de soldatenbegraafplaats in Cassino. Hier ligt hij sindsdien met meer dan 20.000 andere Duitse omgekomen militairen.

Marija ‘Ostarbeiter’ uit Oekraïne

Tijdens de oorlog is er in Duitsland een enorm tekort aan personeel. Veel arbeiders worden gehaald uit bezette delen van de Sovjet-Unie. Eerst een gering aantal vrijwilligers en later miljoenen dwangarbeiders. Eén van hen is de 39-jarige alleenstaande Marija, uit het district Stalino in Oekraïne. Haar nationaliteit wordt ingetrokken en zij krijgt de status van Ostarbeiter. Op haar kleding moet zij verplicht een embleem dragen. Het is van blauwwitte stof en heeft de tekst ‘Ost’, zo is ze voor iedereen direct herkenbaar. Vanaf april 1942 moet Marija aan het werk in de Duitse stad Minden. Ze spreekt de Duitse taal niet, maar heeft wel agrarische kennis. Daarom wordt ze geplaatst bij een boerenbedrijf. Over het algemeen zijn de werk- en leefomstandigheden slecht. Zij ontvangt een laag loon, plus kost en inwoning op de boerderij. Ook mag Marija bij ziekte naar een dokter, wat bijvoorbeeld in mei 1944 gebeurt. Haar werk stopt als de oorlog voorbij is in mei 1945. De Duitse stad Minden waar zij dan woont, bevindt zich in de Britse bezettingszone. Hier geldt de regel dat Ostarbeiter terug moeten keren naar de Sovjet-Unie. Eenmaal thuis worden zij door hun landgenoten en de overheid, vaak hun leven lang als verraders gezien en behandeld. “Zij hadden de Duitsers geholpen en comfortabel in het Derde Rijk geleefd, terwijl hun eigen land in brand stond.” In hun paspoorten (en dat van hun kinderen) wordt hun tijd in Duitsland vermeld. Hierdoor werden veel banen voor hen niet meer toegankelijk.

Bernard gesneuveld tussen Nijmegen en Arnhem

Bernard is een Britse infanterie soldaat tijdens Operatie Market Garden. Dit is de geallieerde poging in september 1944, om via Nederland Duitsland binnen te trekken. Bernard maakt onderdeel uit van het grondleger, dat op weg is naar Arnhem om de parachutisten daar te ontzetten. Maar tijdens hun opmars stuiten Bernard en zijn medesoldaten op zware Duitse tegenstand bij het dorp Elst. Het wordt onder andere verdedigd met tanks, door de beruchte SS-pantserdivisie ‘Frundsberg’. Bernard sneuvelt er op 32-jarige leeftijd op 24 september 1944. Veel van zijn medesoldaten komen er ook om het leven. Zij zijn van ‘The Worcestershire Regiment’ van de Britse landmacht. De Engelse parachutisten in Arnhem weten de Rijnbrug niet te behouden en worden verslagen. Operatie Market Garden is mislukt. Na de Bevrijding worden Bernard en ruim 1.700 andere omgekomen Britse en Poolse soldaten begraven op de Militaire Begraafplaats in Oosterbeek. (Deze ligt 3 kilometer van mijn huis vandaan. Op de foto is de waanzin van oorlog te zien. Bernard’s graf tussen nog veel meer slachtoffers. Ik draag er een Brits WO2 uniform, ter herinnering aan de soldaten van toen. In 2023 en 2024 ontmoette ik de neef van Bernard).

Johannes vermist in Rusland

Johannes is Duitser, geboren in 1912 en wordt sinds 1944 vermist in Rusland. Het graf is leeg omdat er niets meer van hem is teruggevonden. Toch staat hij ter herinnering vermeld op de familiegrafsteen, want zijn levensverhaal is bijzonder. In 1941 is hij 29 jaar oud en richt hij een geheime groep op die tegen de nazi’s is. De leden zijn katholiek en willen een andere toekomst voor Duitsland. Maar op een dag komt de Gestapo (de geheime staatspolitie) hierachter. Vele betrokkenen worden verhoord en in het openbaar gestraft. Om vervolging te voorkomen, wordt Johannes Duits soldaat bij de Wehrmacht. Hij krijgt de functie van militair gewondenverzorger (Sanitäter). Na zijn opleiding wordt hij naar het bloedige Oostfront gestuurd. Johannes raakt op 1 februari 1944 vermist in de omgeving van de stad Vinnytsja. Dit ligt ongeveer 1760 kilometer van zijn huis vandaan. Sindsdien is nooit meer iets van hem vernomen.

Jen als arbeider in Duitse mijn

In mei 1942 is Jen 21 jaar oud en heeft hij een gesprek over werk. Dit bij het Gewestelijk Arbeidsbureau in Beek (Limburg). Hij is een van de Nederlandse mannen die gaat werken in Duitsland. Zij doen dit vrijwillig of verplicht, en onder hen zijn vele werklozen. Jen zet zijn handtekening en enkele dagen later start hij in een mijngroeve. Dit 150 kilometer verderop bij de firma Hibernia. Namelijk in de plaats Waltrop in Kreis Recklinghausen. Hij is leerling-houwer (ondergrondse arbeider) voor 52,5 uur per week. Jen ontvangt salaris en is nog alleenstaand. Een gedeelte van zijn loon wordt aan zijn moeder in Nederland uitbetaald. Na 5 weken is hij ziek en stopt met werken. Jen heeft een blindedarmontsteking. Hiervoor wordt hij twee weken in het ziekenhuis behandeld. Zijn contract is ondertussen beëindigd en hij keert terug naar huis. In mei 1943 wordt de Arbeitseinsatz ingevoerd. Dit betekent opnieuw tewerkstelling voor de Duitsers. Jen verdomt het en verstopt zich thuis als ze hem komen zoeken. Hierbij wordt hij gevonden en aangehouden. Hij doet een vluchtpoging, maar wordt weer gepakt. Voor straf wordt Jen naar een klein kamertje gebracht. In alle vier de hoeken staat een Duitser. Hij wordt door deze vier mannen zeer zwaar geslagen. Later doet hij nog een tweede vluchtpoging, en wordt er op hem geschoten. Maar Jen wordt niet geraakt en ditmaal verloopt het verder succesvol. Hij leeft dan drie dagen in het veld en blijft uit de handen van de Duitsers. De rest van zijn leven eet hij geen spinazie meer. Dit herinnert hem te veel aan de gekookte brandnetels, die hij in Duitsland te eten had gekregen.

Henk en ‘ontvoering’ in Curaçao

In 1937 is Henk matroos bij de Koninklijke Marine. In oktober vaart hij vanuit Den Helder naar Nederlands-West-Indië. Dit aan boord van het pantserdekschip Hr.Ms. Gelderland. Het wordt gedurende de wintermaanden op Curaçao gestationeerd. Het is traditie binnen de Marine dat de bemanning er een houten beeld probeert te ‘ontvoeren’. Dit beeld heet ‘De Loden Verrader’ en zij nemen het dan als trofee mee naar Nederland. In februari 1938 nadert de thuisreis voor Henk en de rest van de bemanning. Het lukt enkelen van hen om het beeld te ontvreemden uit een bankkluis. Vervolgens pronkt het aan boord bij vertrek uit Curaçao, en een maand later opnieuw bij terugkomst in Den Helder. Henk en zijn collega’s zijn apetrots dat het is gelukt. Eind 1938 brengt de Marine het beeld terug naar de familie Maduro op Curaçao. Hierna wordt de traditie voortgezet; de familie verstopt het beeld zo goed mogelijk, en de matrozen proberen om het te ‘ontvoeren’. Henk laat een schilderij maken ter herinnering aan zijn avontuurlijke reis. Hij geeft dit na thuiskomst cadeau aan zijn moeder.

Scroll naar boven